Introductie

Introductie

Ik heb lang gedacht dat het verhaal zo ging: Phyleen was gewoon Phyleen, ze kreeg kanker, toen werd ze weer beter. Einde verhaal. Maar wie de regels van storytelling en ‘de reis van de held’ kent, weet: een verhaal is nog lang niet afgelopen als de heldin de draak heeft verslagen. Ze moet daarna weer opstaan, met een nieuw inzicht haar reis hervatten (want hoe heeft zij dat gedaan? Wat heeft zij ervan geleerd?) en met dat als schat in handen moet ze haar oude wereld weer binnentreden. Dat laatste stukje reis gaat natuurlijk ook niet zonder uitdagingen. Want gaan de mensen in die oude wereld de held in dat nieuwe jasje wel accepteren?

Kanker krijgen, ook als je de mazzel hebt ervan te genezen, is ingewikkeld. Ja, en klote, dat ook. Maar zeker ingwikkeld. Het is één grote oefening in accepteren dat wat is, is. Hier hebben we het nu even mee te doen, het is niet anders. De patiënt (wat haatte ik dat woord), maar ook iedereen die daar omheen staat.

Toen ik in 2015 lymfeklierkanker kreeg (Hodgkin, stadium 3B voor de kenner), vroeg iedereen aan mij: ‘Wat kan ik voor je doen?’ Keer op keer moest ik antwoorden: ‘Ik heb geen idee. Ik heb ook voor het eerst kanker. Ik weet niet wat de opties zijn.’ We waren allemaal aan het zoeken, waren aan het worstelen om ons een houding te geven en te snappen hoe we hiermee om moesten gaan, ook in relatie tot elkaar.

Ik besloot een boek te schrijven. Om dát stukje van de worsteling een beetje te verlichten. Om je te helpen bij vragen als: ‘Wat voor woorden kies ik op een kaart?’ en ‘Zou ik haar mogen bellen om te vragen hoe het gaat?’ Deels komt dit verhaal uit mijn eigen koker, deels heb ik alleen maar opgeschreven wat mijn vrienden, collega’s, familie en Joost hebben gedaan. Zij waren niet minder dan absoluut fantastisch (oké oké op een paar uitzonderingen na). Maar ik heb ook gezien hoe lastig het voor hen was. Want wat konden ze doen, nu de persoon van wie ze hielden kanker had? ‘Ik heb gegoogeld,’ zei een vriendin, ‘maar ik kan niet echt iets vinden.’ Hierdoor is het zaadje voor dit boek geplant.

Dit boek bestaat uit meerdere lagen. Laag één is mijn verhaal. Ter illustratie en vermaak. Om je een inkijkje te geven in mijn hoofd, hart en leven uit die tijd. Laag twee bestaat uit tips voor jou, de lezer die het goede probeert te doen voor iemand die ziek is. De tips zijn vaak gekoppeld aan mijn verhaal en je vindt ze daarom verspreid door het boek. Via de inhoudsopgave kun je snel je onderwerp vinden. Laag drie is voor jou én je naaste. Als basis voor een gesprek, of om het makkelijker te maken voor de ander om aan te geven hoe jij kan helpen.

Bijna alle namen uit het boek zijn verzonnen. Soms heb ik van een buurvrouw een tante gemaakt of andersom en heb ik de karakters van twee vriendinnen verweven tot één. Een paar hoofdfiguren hebben hun eigen naam behouden, daar was niet echt omheen te werken. Mama, mijn leidinggevende Tica, mijn broertje Niels en natuurlijk mijn man Joost.

Dan is het aan jou, lieve lezer. Je leest dit boek vast niet voor de lol. Grote kans dat je het hebt uitgekozen omdat één van jouw dierbaren ziek is. Tja, en wat zeg je dan tegen iemand die iets moeilijks doormaakt. Take care? Houd je taai? Sterkte? Blegh, ik vind het allemaal maar niks. Ik maak ervan:

Lieve lezer, succes met waar je in zit. Succes met niet verzuipen, met jezelf niet verliezen in de zorg voor een ander. Succes met je overgeven aan de omstandigheden en met invloed pakken waar je wil. Succes met al die gevoelens die over elkaar heen tuimelen, die vechten om de eerste plaats. Ik wens je toe dat je blijft lachen. Want wat is het allemaal waard als we dat niet meer kunnen? En ik wens je toe dat je mensen om je heen verzamelt die ook jou af en toe vasthouden, hun mond houden en er gewoon even zijn. Dan kun jij dat op jouw beurt doen voor degene die ziek is.

Phyleen