Na kanker: zo steun je iemand in het herstel

Toen ik ziek was, leken mensen tijdelijk uit de sneltrein te stappen en samen met mij te wachten tot we weer verder konden. Toen ik ‘schoon’ verklaard was, sprongen ze er weer op. Maar ik stond nog op het perron, terwijl de trein uit het zicht verdween. Niet zo gek dat mensen dachten dat ik er ook weer op was gesprongen, want ik kon goed doen alsof. Maar ik voelde me niet eerder zo eenzaam.

Het herstel begint als iedereen weer doorgaat

De kaartenstroom verdween, net als de appjes, de bezoekjes en de vraag ‘hoe gaat het vandaag?’. En dat ging best abrupt. Ik maakte daarvan: ik moet weer meedoen. Ik heb geen kanker meer, dus ik mag niet meer klagen. Ik gaf mezelf zes maanden. Dan zou ik een berg beklimmen en weer fulltime werken.

Totaal onhaalbaar, zo bleek later. Herstellen van kanker betekent niet alleen fysiek beter worden. Het is ook een worsteling tussen het oude (kanker hebben) en het nieuwe (geen kanker meer hebben).

Wat helpt in de hersteltijd

  • Blijf uitnodigen. Is het iets wat je zonder kanker al pittig zou noemen, zoals een groot feest, een tweedaagse training of een vriendenweekend? Zeg er dan bij: ‘Ik kan me voorstellen dat dit nog wat veel is. Doe het helemaal op jouw manier. Later komen, eerder weggaan, op het laatste moment afzeggen: all good.’
  • Vraag naar het herstel. ‘Hoe is het met je herstel? Fysiek en mentaal?’ Het is fijn als je laat merken dat je snapt dat dat twee verschillende dingen zijn.
  • Vraag of je het mag vragen. ‘Vind je het fijn als ik daar af en toe naar vraag?’
  • Onthoud de controles. In de hersteltijd zitten nog allerlei controles en scans, en die zijn bijna altijd spannend. Weet je wanneer ze zijn? Zet ze in je agenda en stuur een kaartje of een appje.

Ook jaren later: denk je er nog wel eens aan?

Mijn vader was meestal een ontzettende hork, maar tijdens een weekend in Dublin stelde hij me een van de beste vragen ooit: ‘Denk je er nog wel eens aan?’

Ik vind het ook nu, tien jaar later, een fijne vraag. Hij vult niks in. Er zit geen aanname in dat ik er elke dag wakker van lig. Maar hij doet ook niet alsof het gewoon een griepje uit 2015 was. Als iemand ‘beter’ is, betekent dat niet dat het onderwerp dicht kan. Je kunt gewoon zeggen:

  • ‘Soms denk ik ineens: jij hebt kanker gehad. Bizar eigenlijk. Denk je er nog wel eens aan?’
  • ‘Zijn er momenten dat het weer bovenkomt?’

En zegt iemand ‘Nee hoor’? Dan is dat ook goed. Dan laat je het weer gaan.

Meer over de tijd na kanker

In Kank’r nog bellen? – Handboek voor omgaan met iemand met kanker lees je meer over herstel, re-integreren, survivor’s guilt en de vreemde heimwee naar een tijd die niemand zou moeten missen. Met een lijstje waarop degene die ziek was kan aangeven hoe ze nu terugkijkt op die tijd.