Wat zeg je tegen iemand met kanker?
Als iemand vertelt dat hij of zij kanker heeft, wil je waarschijnlijk iets zeggen dat helpt. Alleen zijn de juiste woorden soms moeilijk te vinden. Het belangrijkste is meestal niet dat je iets slims of troostends zegt, maar dat je laat merken dat je er bent.
Je kunt bijvoorbeeld zeggen: ‘Wat ontzettend rot.’, ‘Ik weet eigenlijk niet goed wat ik moet zeggen, maar ik ben er voor je.’ of ‘Wil je erover praten, of juist even helemaal niet?’ Daarmee erken je wat er gebeurt, zonder voor de ander in te vullen hoe die zich voelt.
Je hoeft niet de juiste woorden te vinden
Veel mensen zijn bang om het verkeerde te zeggen en zeggen daardoor liever niets. Terwijl je best mag zeggen dat je niet weet wat je moet zeggen. ‘Ik weet niet wat ik moet zeggen’ kan veel fijner zijn dan stilte.
Probeer vooral niet meteen iets op te lossen of de situatie positiever te maken. Je hoeft iemand niet op te vrolijken. Luisteren, erkennen dat het rot is en vragen waar iemand behoefte aan heeft, is vaak al genoeg.
Wat kun je dan wél zeggen?
Je hoeft geen perfecte zin klaar te hebben. Iets eenvoudigs en oprechts werkt vaak het best. Dit kan face to face, of in een appje, mailtje of op een kaart. Bijvoorbeeld:
• ‘Wat ontzettend rot.’
• ‘Ik weet niet goed wat ik moet zeggen, maar ik ben er voor je.’
• ‘Wil je erover praten?’
• ‘Wil je dat ik luister, meedenk of zullen we het juist ergens anders over hebben?’
• ‘Hoe is het vandaag met je?’
• ‘Ik denk aan je. Je hoeft niet te reageren.’
Welke woorden prettig zijn, verschilt natuurlijk per persoon en per moment. Vraag daarom liever dan dat je invult. En wees niet bang voor het woord kanker als de ander dat zelf ook gebruikt.
Wat kun je beter niet zeggen tegen iemand met kanker?
Er zijn weinig zinnen die je per definitie nooit mag zeggen. Het gaat ook om wie het zegt, wanneer en wat bij iemand past. Toch zijn er opmerkingen die ingewikkeld kunnen voelen, juist omdat ze iets invullen voor de ander.
‘Je bent zo sterk.’
Ik hoorde het vaak toen ik kanker had. En ik weet ook dat het ontzettend lief bedoeld is. Toch vond ik het soms een ingewikkeld compliment. Want hoe weet iemand eigenlijk of ik me sterk voel? Of positief? Misschien had ik net een ochtend waarop ik alleen maar wilde huilen.
Hetzelfde geldt voor opmerkingen als ‘blijf positief’, ‘je komt hier wel doorheen’ of ‘jij bent een vechter’. Ze kunnen steunend bedoeld zijn, maar leggen soms onbedoeld iets bij de ander neer. Alsof je de hele tijd positief, sterk of strijdlustig zou moeten zijn.
Je hoeft iemands gevoel niet beter te maken. Je kunt er ook gewoon naast gaan staan.
Mag je het woord kanker eigenlijk gebruiken?
Sommige mensen vermijden het woord kanker. Ze vragen bijvoorbeeld hoe het gaat met ‘je ziekte’ of zeggen alleen ‘alles wat er speelt’. Dat hoeft niet verkeerd te zijn, maar je hoeft het woord kanker ook niet krampachtig te vermijden.
Zelf vond ik het prettig als mensen aansloten bij de woorden die ik gebruikte. Ik had het bijvoorbeeld over kanker of Hodgkin. Een ander noemt zichzelf misschien ziek, terwijl weer iemand anders dat woord juist helemaal niet prettig vindt.
Luister daarom naar de taal van de ander en sluit daarbij aan. Twijfel je? Dan kun je het gewoon vragen: ‘Welke woorden gebruik jij eigenlijk het liefst als we het hierover hebben?’
En als je echt niet weet wat je moet zeggen?
Zeg dat dan!
‘Ik weet eigenlijk niet wat ik moet zeggen.’
Het klinkt misschien onbeholpen, maar het is oprecht. En het is fijner dan niets meer laten horen omdat je bang bent om het verkeerde te zeggen. Echt!!
Je hoeft geen wijze woorden te hebben. Je hoeft kanker niet kleiner te maken, op te lossen of van een positieve kant te bekijken. Er zijn is ook iets doen.
En soms hoeft het gesprek helemaal niet over kanker te gaan. Je kunt ook gewoon een bericht sturen over iets grappigs dat je zag, samen koffie drinken of vertellen over die collega die weer iets idioots heeft gedaan. Iemand met kanker is nog steeds dezelfde persoon met wie je vóór de diagnose ook een relatie had.
Blijf ook later iets zeggen
Direct na een diagnose zijn er vaak veel berichtjes, bloemen en vragen. Daarna gaat het leven van de mensen eromheen weer verder, terwijl kanker en de behandeling dat niet altijd doen.
Juist daarom kan een bericht weken of maanden later veel betekenen. Dat hoeft niet groot te zijn:
‘Ik dacht aan je. Je hoeft niet te reageren.’
Of wees concreet met hulp. In plaats van ‘laat maar weten als ik iets kan doen’, kun je bijvoorbeeld voorstellen om eten te brengen, mee te rijden naar het ziekenhuis of de kinderen een middag mee te nemen.
Het haalt bij de ander de taak weg om zelf te bedenken wat jij zou kunnen doen én vervolgens om hulp te moeten vragen.
Meer over iemand steunen bij kanker
Wat je zegt is maar één onderdeel van er zijn voor iemand met kanker. In Kank’r nog bellen? – Handboek voor omgaan met iemand met kanker vind je praktische voorbeelden voor allerlei situaties: wat je kunt zeggen en vragen, wat je kunt doen, wat je mee kunt nemen en hoe je contact houdt als de eerste stroom aandacht voorbij is.